Kernconcepten
SalesDash is opgebouwd rondom vijf met elkaar verbonden concepten. Begrijpen hoe ze samenhangen is de basis voor elke implementatie.
| Concept | Wat het is |
|---|---|
| Agents | De mensen van wie de prestaties worden bijgehouden |
| Providers | De externe systemen die data aanleveren |
| Externe identiteiten | De koppeling tussen providerdata en SalesDash-entiteiten zoals agents |
| Activiteiten | De ruwe events waarop metrics worden berekend |
| Metrics | De berekeningen die activiteiten omzetten in cijfers |
Hoe ze samenhangen
Stap 1 — Verbind een provider (eenmalig instellen)
Wanneer een provider data synchroniseert, slaat SalesDash elk record op als een activiteit. Voor elke gebruiker, elk team of project dat in die data voorkomt, maakt SalesDash automatisch een externe identiteit aan als die nog niet bestaat. Je configureert een provider eenmalig; daarna blijft hij data binnenhalen.
Stap 2 — Koppel externe identiteiten (periodiek bijhouden)
Externe identiteiten komen binnen zonder te weten welke interne agent, team of project erbij hoort. Je bekijkt de ongekoppelde identiteiten en wijst elke identiteit toe aan de juiste SalesDash-entiteit. Zodra een identiteit gekoppeld is, worden alle activiteiten die eraan gekoppeld zijn — inclusief al eerder opgeslagen activiteiten — toegeschreven aan die entiteit.
Dit vereist periodieke aandacht. Telkens wanneer een nieuwe agent in dienst treedt of een nieuw project aangemaakt wordt in het externe systeem, verschijnt er een nieuwe ongekoppelde identiteit. Ongekoppelde identiteiten worden nergens aan toegeschreven en tellen dus niet mee in metrics totdat je ze koppelt.
Stap 3 — Definieer metrics (eenmalig instellen)
Een metric bepaalt wat er geteld of opgeteld wordt en hoe het resultaat weergegeven wordt. Het is een herbruikbare definitie die competities, doelen, achievements en widgets allemaal gebruiken. Elk van die elementen past zijn eigen scope toe — welke agents, welke tijdsperiode, welke filters.